Franciscus en zuster dood
Wie kent geen angst voor de dood? Is het niet een van onze grootste angsten? Of misschien iets waar we liever niet aan denken? Waarschijnlijk was dat voor Franciscus ook zo. Aan het begin van zijn leven zag hij de dood wellicht als een bedreiging voor zijn geluk en zijn verbondenheid met de wereld.
"En je denkt dat je deze wereldse ijdelheden lange tijd zult bezitten, maar je vergist je, omdat er een dag en een uur zullen komen waar je niet aan denkt, die je niet kent, en waarvan je je niet bewust bent wanneer het lichaam verzwakt, de dood nadert, en het een bittere dood sterft." (de Brief aan de Gelovigen (Epistola ad fideles)).
De houding in deze tekst verschilt sterk van die in het Zonnelied. Hier wordt de dood vooral gezien als iets bedreigends en bitter. De hoopvolle kijk ontbreekt: de verbondenheid met God en de schepping, en het vertrouwen dat de dood niet het einde is.
“Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,
die geen levend mens kan ontvluchten.
Wee wie sterven in doodzonde.
Gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen”.
Hoe is Franciscus er dan toe gekomen om de dood als een zuster te verwelkomen? En hoe kunnen wij zelf groeien naar zo'n vrede met de dood?
Op de foto: het graf van Franciscus in de San Francesco-basiliek in Assisi.
Franciscus groeide op in een comfortabel leven, waarin ziekte, armoede en dood ver van hem af stonden. Toen hij later met deze werkelijkheden werd geconfronteerd, riepen ze ook bij hem angst op. De dood zag hij als een vijand, als een straf die abrupt een einde maakte aan het aardse leven en aan het geluk.
Maar toen hij zich liet raken door het lijden van anderen en zich ging inzetten voor de zwaksten in de samenleving, veranderde zijn kijk op de wereld. Hij besefte dat hij niet losstond van de schepping, maar er deel van uitmaakte. De zon, de maan, de wind en zijn medemensen ging hij zien als familie, allemaal geschapen door eenzelfde Schepper.
Uiteindelijk kon hij ook de dood zien als een familielid: als zuster, als deel van de schepping. De vijand werd zuster. Zo veranderde ook zijn kijk op sterfelijkheid. Dat was geen plots inzicht, maar een levenslang proces. Hij leerde zijn sterfelijkheid te aanvaarden als onderdeel van het leven en van Gods schepping. Door de dood te zien in dit broederlijke en zusterlijke perspectief, vond hij innerlijke vrede.
Wat we in het levensproces van Franciscus zien, is dat zijn kijk op de dood niet van de ene dag op de andere veranderde. Zijn houding groeide mee met zijn ervaringen. Door de ontmoeting met ziekte, armoede en kwetsbaarheid, ontdekte hij steeds meer dat hij deel uitmaakte van een groter geheel. De verbondenheid die hij heeft ervaren met God, andere mensen en de schepping, ging ook zijn kijk op de dood kleuren. Naarmate zijn gevoel van verbondenheid met de schepping van God verdiept werd, veranderde ook zijn kijk op sterfelijkheid.
Misschien ligt daarin een uitnodiging voor ons. Franciscus leert ons omgaan met de begrensdheid van ons leven. Vrede met de dood lijkt niet zozeer voort te komen uit het vinden van antwoorden op alle vragen, maar uit het leren leven met onze kwetsbaarheid en eindigheid. Franciscus’ leven laat zien hoe een mens gaandeweg anders kan leren kijken naar wat eerst angst oproept. De dood verdwijnt niet als moeilijke werkelijkheid, maar hoeft daardoor niet langer alleen als een vijand te worden gezien.
Op de foto: beeld van ontmoeting tussen Franciscus en de melaatse