impression image impression image

In zijn Testament beschrijft Franciscus zijn ontmoeting met melaatsen als een grondervaring, als hét keerpunt in zijn leven. Hierin bespeurt hij de hand van de Ander, die hem de weg van verbroedering wijst, waarop mensen elkaar omarmen en elkaar (h)erkennen als gelijkwaardige partners. De weg van hen die kijken met Gods ogen. Een weg die je slechts bewandelen kan als je van jouw eigen angsten, (voor)oordelen, eigenwilligheid en bitterheid bevrijd raakt en je ook jouw eigen fundamentele kwetsbaarheid onder ogen ziet:

Toen ik in zonden leefde, leek het me te bitter om melaatsen te zien
en de Heer zelf heeft mij tussen hen gebracht en ik heb hun barmhartigheid bewezen.
En toen ik bij hen wegging, was wat me bitter leek
voor mij veranderd in zoetheid naar ziel en lichaam;
en ik was er daarna nog een tijdje vol van en heb de wereld verlaten. (Test. 1-3)

De wereld van toe-eigening en eigenmachtigheid, van ‘meer’ willen zijn dan anderen, keert Franciscus voorgoed de rug toe. ‘Wat zonde, dat ik daar zo lang onderdeel van geweest ben,’ hoor je hem denken.
In de standenmaatschappij van zijn tijd breekt hij met het spel van mensen in- en uitsluiten! Hij wordt een allemansvriend, die alleen nog omarmt en insluit. Die mensen aanspoort ‘in de liefde die God is’ om in vrede samen te leven met elkaar en je waar nodig te verzoenen met je vijanden. Franciscus staat van nu af aan open voor iedere ontmoeting, waar de Heer de hand in kan hebben.

Omdat God zich als ‘Onze Vader’ laat aanspreken, beschouwt hij voortaan iedereen als zijn broeder of zuster. Melaatsen die hij met zijn eigen handen wast en verzorgt, noemt hij ‘mijn christelijke broeders’. Aan het eind van zijn leven beschouwt hij ook alle natuurelementen en schepselen als zijn zusters en broeders, en sterft tenslotte rustig in de armen van zuster Dood.

De Argentijnse kardinaal Bergoglio, die zich als paus naar Franciscus van Assisi vernoemde, heeft in diens geest gehandeld toen hij weigerde de gerieflijke pauselijke privé-vertrekken te gaan bewonen. Hij nam zijn intrek in het gastenverblijf van het Vaticaan. Daar kon hij op een laagdrempelige manier mensen ontmoeten, en hij liet er ook een aantal vluchtelingen wonen. Daarnaast ging hij regelmatig op bezoek bij mensen die in een gevangenis verbleven. De luxueuze zomerresidentie in Castel Gandolfo stond leeg tijdens zijn pontificaat. In de encycliek 'Laudato si'' riep hij alle mensen op als instrument van God mee te werken aan de zorg voor de schepping, ieder vanuit zijn eigen cultuur, ervaring en vermogen. Zo heeft deze paus de franciscaanse spiritualiteit op een voorbeeldige wijze voorgeleefd. 

Het is aan ons om ons af te vragen waardoor wij echt geraakt zijn. Wat zijn onze eigen grondervaringen en hoe klinken die door in ons leven? En… als die grondervaringen voor een deel samenvallen met die van Franciscus, dan sta je net als ik voor de vraag hoe je daar in het hier en nu handen en voeten aangeeft.

Laten we in elk geval beseffen dat we dat samen mogen doen, als broeders en zusters!

 

Afbeelding: Franciscus en de melaatse. Waskrijt door zr. Maria Ludgera. Duitsland, Kloster Reute, 1979.

Handen

Marinus van den Berg

Gelukkig is de mens die tot het einde
handen mag voelen die goed doen.

De hand die met aandacht wast.
De hand die met zorg aankleedt.
De hand die met liefde kamt.
De hand die met tact aanraakt.
De hand die met het hart troost.

Geen mens kan leven
zonder die hand,
die teder is,
die behoedt,
die beschermt
en bemoediging uitstraalt.

Tot het einde toe
verlangt de mens naar die hand,
totdat er die andere Hand is,
die alle wonden geneest,
die alle pijn heelt,
die alle tranen wist.

Tot die tijd
kunnen onze handen
een voorproef zijn van die handen,
en handen en voeten geven
aan de liefde
die onmisbaar is.